1945 – 2020: 75 jaar Bevrijding

De strijd om de vrijheid herdenken en onze vrijheid vieren

Dit jaar herdenken we het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog, nu 75 jaar geleden. Na vijf jaar bezetting en onderdrukking door de Duitsers was Nederland op 5 mei 1945 weer een vrij land. We staan stil bij de vrijheid die is bevochten door mensen die daarvoor grote offers hebben gebracht. We vieren deze dag nog steeds, omdat de Tweede Wereldoorlog niet mag worden vergeten. 2020 is een historisch herdenkingsjaar. Het is belangrijk dat we elk jaar stil blijven staan bij onze vrijheid, deze is immers niet vanzelfsprekend. Samen zijn wij verantwoordelijk om vrijheid door te geven aan nieuwe generaties.

De Duitse inval
Begin mei 1940 vielen Duitse soldaten ons land binnen. Een niets ontziende aanval beroofde Nederland van haar vrijheid. Ons land gaf zich niet zomaar over. De weerstand van het Nederlandse leger in de meidagen was groter dan de Duitse Wehrmacht had verwacht. Onze soldaten hielden nog een paar dagen stand, maar de militaire overmacht was te groot. Op 14 mei ’s middags om 13.22 uur, wierp de Duitse Luftwaffe zijn eerste verwoestende bommen op Rotterdam. Zo’n negentig vliegtuigen van het type Heinkel He 111 vlogen over, en lieten het oorlogstuig boven het centrum vallen. De brandweer stond machteloos tegen de vele branden. Een felle westenwind wakkerde de vlammen aan. De vuurzee was tot in Den Haag te zien. De schade was enorm: bijna 800 doden, talloze gewonden en duizenden daklozen. De bommenregen sloeg een diep gat in het hart van de Maasstad. Na het terreurbombardement gaf Nederland zich over. Met geweld hadden de Duitsers de macht gegrepen, Nederland was in oorlog. Koningin Wilhelmina en haar gezin vluchtten naar Engeland. Enkele uren later volgden ook de Nederlandse ministers. Mede door het vertrek van de koningin heerste er in ons land een stemming van verslagenheid. Londen was nu de tijdelijke zetel van de Nederlandse regering geworden. Vanuit Buckingham Palace liet de koningin weten dat ze de nederlaag niet accepteerde en de strijd wenste voort te zetten. Maar de bezetter trok zich niets aan van de woorden van een koningin in ballingschap.

Geheim agenten
Van 1940 tot 1945 was Nederland bezet. De Duitsers bepaalden de regels en waren de baas. Het was een angstige tijd met schokkende beelden van op straat marcherende Duitse soldaten. Maar ondertussen zaten veel Nederlanders niet stil. Er werd gestaakt, mensen gingen in het verzet en beseften vanaf de eerste dag van de oorlog dat de bezet¬ter moest worden bestreden. Vanuit Londen stuurde de Nederlandse regering regelmatig geheim agenten naar Nederland. Ook Nederlandse verzetsmensen namen hieraan deel. Na de capitulatie probeerden vele Nederlanders naar Engeland te ontsnappen om vandaar de strijd tegen de bezetter voort te zetten. Bijna 1.700 personen slaagden daarin, soms pas na diverse mislukte pogingen. Na een vaak levensgevaarlijke tocht lukte het hen Engeland te bereiken. Zij werden in Stratton House ont¬vangen, het verblijf van koningin Wilhelmina in de Britse hoofdstad. Zij kregen een erenaam: Engelandvaarders.

Censuur
Behalve op de pers was er in het begin van de oorlog al snel censuur op radio-uitzendingen en (school)boeken. De Staten-Generaal en de Raad van State werden geschorst. Andere partijen dan de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) werden verboden en Joden werden uit overheidsdienst en onderwijs ontslagen. Er waren razzia’s op straat. Joodse families die met was huisraad op straat stonden, wachtten op Duitse vrachtwagens om naar het Judendurchgangslager Westerbork gedeporteerd te worden. Westerbork was tijdens de Tweede Wereldoorlog een door¬gangskamp in Drenthe. Het kamp was een voorportaal waarvandaan ruim 100.000 in Nederland wonende Joden en Roma per trein werden gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen in Duitsland, Polen en Tsjechië. Bijna iedereen kende wel een familielid, een vriend of een kennis, die naar een concentratiekamp was meegenomen. Hun leven was voor¬goed geknakt en helaas overleefden velen de verschrikkingen niet.

Op 25 en 26 februari 1941 was er een fel protest tegen het oppakken en wegvoeren van Joodse mannen. Het zou de geschiedenis ingaan als de Februaristaking. De staking was uniek, omdat niet-Joden zich massaal solidair betoonden met hun Joodse landgenoten. Maar de Progrom, de razzia op Joden en de vervolging, ging helaas door. Op 3 mei 1942 werd de Jodenster ingevoerd. Er waren vele verordeningen die het voor de Joden erg moeilijk maakten zich te verplaatsen. Zij moesten om zes uur ‘s avonds binnen zijn, mochten niet meer reizen, geen parken en andere open¬bare gelegenheden bezoeken en geen telefoon bezitten. Veel Neder-landers waren bereid Joden in huis te nemen. De straf voor het helpen van Joden was streng. Voor het behulpzaam zijn bij onderduiken of het vervalsen van persoonsbewijzen werd men minstens zes maanden in het kamp Amersfoort opgesloten. Je mocht dan van geluk spreken als je niet voor het vuurpeloton kwam te staan. Niet alleen Joodse mensen werden uit hun huizen gehaald en naar concentratiekampen vervoerd, mannen tussen de achttien en vijftig jaar moesten gedwongen arbeid voor de bezetter verrichten. Op brute wijze werden ze uit hun huizen gehaald, bijeengedreven en gedeporteerd naar Duitsland. Ook veel vrouwen tussen de achttien en de 45 jaar ontkwamen niet aan gedwongen tewerkstelling. Het leven vulde zich met angst en onrust. Gevangenen moesten vaak onder erbarmelijke omstandigheden in Duitse werkkampen zware arbeid verrichten.

Illegale pers
De illegale pers was een belangrijke vorm van verzet. Er waren vele ondergrondse krantjes, die met grote risico’s gedrukt en verspreid werden. Nederlanders richtten verzetsbewegingen op met als doel de Duitsers door sabotage en spionage te ondermijnen. Er waren stakin¬gen en demonstraties. Mitrailleurs knetterden op de pleinen. Er circuleerden verhalen over de toestand van de oorlog en over de geallieerden die ons land zouden komen bevrijden. In een toespraak voor Radio Oranje zei koningin Wilhelmina vanuit Londen: ‘Ik laat een vlammend pro-testweerklinken tegen de listig opgezette en steeds erger wordende mensenjacht, welke door de moffenbenden, geholpen door de landverraders, over geheel ons land gehouden wordt.’

Geallieerde bevrijdingslegers
Vier jaren gingen voorbij en langzaamaan werd Europa bevrijd. Op 6 juni 1944 leek het einde van de Tweede Wereldoorlog in zicht en de bevrijding van ons continent na een verwoestende oorlog er aan te komen. Geallieerde bevrijdingslegers waren in aantocht. Britse, Amerikaanse en Canadese troepen landden aan de kust van Normandië in Frankrijk. Deze invasie zou de geschiedenis ingaan als D-Day. Parijs werd bevrijd. En België. De Duitsers konden de geallieerden niet tegenhouden. Op 12 september 1944 passeerden Amerikaanse troepen de Nederlandse grens en werd het zuiden van Nederland bevrijd. Veel Nederlanders dachten dat nu ook de rest van het land binnenkort zou volgen. De geallieerden wilden nu snel doorstoten en de Duitsers uit Nederland verdrijven door belang¬rijke bruggen bij de Rijn te veroveren. Daarvoor bedachten ze opera¬tie Market Garden, de slag om Arnhem. Op 17 september werden duizenden geallieerde parachutisten bij de Rijn in Arnhem gedropt. Zij moesten de bruggen over de rivier veroveren en die bezet houden totdat de bevrijdingslegers daar aankwamen. Maar bij de Rijnbrug in Arnhem ging het mis. De geallieerden konden geen standhouden. Dagenlang werd er gevochten en operatie Market Garden mislukte. De brug werd opgegeven en de opmars liep veel vertraging op. Het westen en noorden van Nederland kon nog niet worden bevrijd.

Bitterkoude hongerwinter
Om de Duitsers tegen te werken, werd vanuit Londen in september 1944 opgeroepen tot een grote spoorwegstaking. De Duitsers zouden dan geen wapens en soldaten meer kunnen vervoeren. Ruim 30.000 mannen gaven gehoor aan de oproep en legden hun werk neer. De Duitse bezetter was woedend en stelde een strafmaatregel in: alle voedseltransporten per schip naar de grote steden in het westen en noorden van het land werden stilgelegd. Het vervoer over de weg was vanwege benzinetekort al niet meer mogelijk. De maatregel had grote gevolgen. Het werd al snel duidelijk dat veel Nederlanders, vooral in de grote steden in het westen van het land, een bitterkoude hongerwinter tegemoet zouden gaan. Voedsel en goederen waren moeilijk te krijgen en fabrieken en winkels gingen dicht. Steeds meer producten gingen op de bon, zoals brood, aardappelen en vlees. Zo kon wat er nog was eerlijk worden verdeeld. Voor het weinige dat nog verstrekt werd, stonden lange rijen hongerige mensen te wachten. Voedsel werd steeds schaarser en veel gezinnen leden honger. Ze aten zelfs tulpenbollen en suikerbieten om in leven te blijven.

De nood steeg tot grote hoogte. Gas en elektriciteit waren er bijna niet meer en ook kolen voor de kachel waren niet te krijgen. De moeilijke winterperiode had grote gevolgen en de aanhoudende vorst verergerde de situatie. In de hongerwinter 1944-1945 werd het soms min achttien graden. Het was gemeen koud en de mensen deden van alles om iets brandbaars te vinden. Bomen werden illegaal gekapt en hout werd uit lege huizen gehaald. In menig huisgezin deed de armoede haar intrede. In veel dorpen en steden was er gebrek aan dagelijkse levensbehoeften, zoals brood, boter, suiker, zeep en rookwaren. In sommige gemeenten waren centrale gaarkeukens. Bijna elke dag stonden de mensen in een lange rij te wachten op een portie soep of stamppot. Ook trokken duizenden mensen, vaak met kinderen, er dagelijks op uit naar het platteland, op zoek naar voedsel. Zware hongertochten op krakkemikkige fietsen, of lopend, al dan niet met kapotte kinderwagens, om wat spullen te ruilen voor iets eetbaars, zoals aardappelen, bonen en rogge. De tocht was niet zonder gevaar. Er gierden granaten uit Duitse vliegtuigen over de landerijen, in hellevlammen uiteenspattend op hun doelen. Vaak duurden de hongertochten vele dagen en zagen de mensen aan het eind van de dag in het westen het laatste licht, terwijl het in het oosten al donker werd. Onderweg sliep men in kerken of scholen, het lag er propvol met voedselhalers.

De locaties boden beschutting tegen de ijzige kou. Voor het slapen gaan kreeg men soms nog een bord soep en een stuk brood. Het voelde na zo’n lange tocht als een weldadige luxe. De volgende ochtend ging de tocht in de steenkoude winterlucht weer vroeg verder. De opkomende zon kleurde de hemel oranje. Van dorp tot dorp trekkend, met de gedachten aan de armoede thuis. Over vaak onverharde wegen, langs glooiende vergezichten en besneeuwde akkers door de kale vrieskou, waar de schim van de winter eindeloos voortzeulde, in de hoop op een warme ontvangst en geborgenheid van een boerengezin. En als het lukte voedsel te halen, moest men de etenswaren ook nog veilig thuis zien te krijgen. Er waren veel Duitse controles. Soms werd het eten afgepakt. De situatie werd steeds erger. Eten werd zelfs voor veel geld verkocht op de zwarte markt. De mensen fluisterden wat ze te koop hadden. Als je maar wat betaalde natuurlijk. In de stad was niets meer te krijgen. Op het platteland bij boeren en boerinnen ruilde men lakens en slopen. Alles werd ingeleverd voor wat eten. In het begin hadden de mensen nog wel geld of juwelen, maar later hadden ze niets meer om te ruilen. Vele kinderen groeiden op in de oorlog. Honger, kou en stress van het luchtalarm lieten hun sporen na. Hun ouders waren van slag. Het was een tijd waarin ze soms wetten moes¬ten overtreden om te overleven. Er was honger en als je ergens wat zag dat je mee kon nemen, dan deed je dat. Het enige dat men nodig had was voedsel. Twintigduizend mensen kwamen om door honger en kou.

De oorlog loopt ten einde
Omdat de geallieerde troepen de grote rivieren niet over konden, besloten ze dwars door Duitsland op te trekken. Ook in het oosten van Europa kwamen geallieerde legers dichterbij. In Rusland en Polen werden de Duitsers steeds verder teruggedrongen. Het Duitse Rijk wankelde. Men dacht dat de strijd niet lang meer kon duren. Ondanks de enorme verliezen en de onvoorstelbare verwoestingen wilde Hitler de strijd niet opgeven. Hij gaf opdracht om door te vechten en ieder¬een moest meedoen. Vrouwen, oude mannen, zelfs schooljongens van elf, twaalf jaar oud moesten meehelpen Duitsland te verdedigen.

De Duitsers hadden een wonderwapen. Een vliegende bom, een soort raket – de V1, die van een schans werd gelanceerd en helemaal naar Londen kon vliegen. Het wapen had een explosieve lading van 85 kilogram, de snelheid bedroeg 600 kilometer per uur. Doodsbang waren de Engelsen voor het nieuwe wapen dat veel schade en doden aanricht¬te. De Duitsers vuurden meer dan tienduizend vliegende bommen af richting Londen. Maar het wapen was niet volmaakt. De raket was erg langzaam. Het lukte de Engelsen steeds vaker om het wapen onschadelijk te maken voordat het zijn doel bereikte. Daarom maakten de Duitsers de V2. En dat was wel een razendsnelle raket. Hij ging zo snel dat niemand hem zag of hoorde aankomen. De V2-raket maakte veel slachtoffers. Maar de ommekeer in de oorlog konden de Duitsers niet tot stand brengen. Eind april 1945 hadden Russische soldaten bijna heel Berlijn veroverd. Het was een gruwelijke strijd. Om elke straat, ieder gebouw en elk huis werd gevochten. Ook de Rijksdag, het Duitse parlementsgebouw, werd veroverd. En de Russische vlag ging trots in top. Hitler besefte dat hij de oorlog nu echt had verloren. Zijn droom van een Groot Duits Rijk was aan diggelen. Hij pleegde zelfmoord.

Overal gaven Duitse soldaten zich nu over. De oorlog was nu bijna ten einde, ook in Nederland. In het voorjaar van 1945 slaagden de geallieerden erin om met een nieuw offensief de grote rivieren over te steken en de Duitse defensie te breken. Op 5 mei 1945 gaf het Duitse leger zich over en was bijna heel Nederland bevrijd. In veel steden en dorpen was klokgebeier te horen!

Vrijheid impliceert verantwoordelijkheid
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden we omringd door onvoor¬stelbaar geweld. Gewapende troepen trokken van het ene einde van de wereld naar het andere, verwoestten hele economieën en slachtoffer¬den burgers even gemakkelijk als soldaten. Er werd iets fundamenteels vernietigd. De hemel bestond niet meer: het licht trok uit de wereld en door de vele bombardementen hadden de sterren hun glans verloren. Dood en verval, regen en wind overtroffen elkaar. In de bezettingstijd was er geen overheid die de burgers beschermde. De Duitse bezetter kon willekeurig mensen oppakken.

Velen zagen de wreedheid van de oorlog en moesten de trauma’s en psychologische gevolgen ervan verwerken. Het einde van de oorlog leidde echter ook tot gevoelens van bevrijding die mensen overal ter wereld zich voor de rest van hun leven zouden herinneren. De oorlog heeft ons ook geïnspireerd en ons de echte waarde van vrijheid geleerd. Niet alleen van politieke en nationale vrijheid en de vrijheid van geloofsovertui¬ging en andere opvattingen, maar ook van persoonlijke vrijheid. Vrede en veiligheid zijn, evenals verdraagzaamheid en begrip, kwetsbaar en moeten we blijven beschermen en koesteren.

Historisch bewustzijn
Geschiedenisonderwijs en daarmee het historisch bewustzijn is van cruciaal belang. Historisch besef omvat meer dan alleen maar kennis van geschiedenis; het omvat de samenhang tus¬sen interpretatie van het verleden, het begrijpen van het heden en het perspectief op de toekomst. Wij mogen niet neerzien op anderen vanwege ras, huidskleur, sociale klasse of wat dan ook, en wij moeten iedere dictatuur of zich verdichtende macht wantrouwen. Vele oorlogskerkhoven met eenvoudige grafstenen van omgekomen dappere soldaten herinneren ons aan die afschuwelijke oorlogsjaren. In een hoekje van een stille, grijze wereld zijn deze soldaten voor altijd geborgen, zonder pijn.

De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog mogen wij nooit vergeten. Tal van musea zijn gewijd aan de veldslagen die de geallieerden hebben geleverd en de bevrijding van de concen¬tratiekampen. Overal zijn indrukwekkende monumenten. De laatste veteranen zijn nu bijna honderd jaar oud. Als deze laatste heldhaftige getuigen voorgoed zwijgen, zullen de generaties van na hen hun ver¬antwoordelijkheid moeten nemen. Laten we hopen dat de offers van vele gevallenen niet zinloos zijn geweest en ons de hoop geeft dat de duisternis van een oorlog voor altijd wordt uitgebannen. De verhalen van de overlevenden moeten we bewaken en borgen voor de toekomst. Het is onze opdracht het te vertellen aan een nieuwe generatie die weinig weet van de Tweede Wereldoorlog.
Er kunnen vandaag slechts enkele oudgedienden over het onmenselijk regime van de bezettingsperiode, de onderdrukking en het oorlogsgeweld getuigen. Wij zijn dankbaar dat er vrede is, maar de oorlog is altijd dichtbij. Laten we daarom de vrijheid doorgeven aan nieuwe generaties.

Met dank aan Nick Steenkamp voor deze prachtige bijdrage.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.